Het is volbracht!

Het is volbracht!

Jezus hangt aan het kruis en bij het sterven zegt Jezus: ‘Het is volbracht’.
Vlak daarvoor krijgt Hij een beker aangereikt van het overspel uit Numeri 5 (zie overdenking van dag 37).

Iedereen die deze tekst leest weet dit is het einde, het is achter de rug. Toch zegt Jezus in deze woorden ‘Het is volbracht’ zoveel meer dan we kunnen bedenken. Jezus sprak Hebreeuws aan het kruis en geen Aramees. Een leraar gaf in Israël namelijk altijd les in het Hebreeuws. Als we deze woorden van Jezus ‘Het is volbracht’ omzetten naar het Hebreeuws dan staat er ‘veyakulllu’. De wortel van dit woord is ‘kalla’. Het woord voor volbrengen is ook ‘kalla’ en ditzelfde woord betekent óók bruid. Hij heeft het volbracht voor de bruid. Dezelfde woorden vind je in Genesis 2:1 waar God de aarde voltooide. Hij volbracht de schepping.

Toen God de aarde schiep, schiep Hij een huis, een onderkomen voor Zijn bruid. Toen God de Tabernakel in de woestijn ontwierp was dit het beeld van een huis voor Israël.
De joodse gelovigen zien dat ook zo en bij hen wordt het Heilige de Heiligen gezien als de slaapkamer van de Heer. De Verbondskist lijkt op een bed. De huiskamer is het Heilige met de menora (licht in huis, Jezus het Licht der wereld), de tafel der Toonbroden (voeding, Jezus is het brood des levens) en het reukofferaltaar is de mens die een heilige levenswandel wil leven in dat huis. Bij het altaar, in de voorhof, heeft de gelovige zijn leven afgelegd en is gereinigd door het offer van Jezus.

Toen Jezus zei: ‘Het is volbracht’ was dit het einde van de oude schepping en

tekst en tekening: Gertruud Bakker

het begin van een nieuwe herschepping. Er staat een hernieuwde boom des levens (Jezus) waar water uit ontspringt. Die rivier was een kleine stroom maar werd een steeds grotere stroom zoals je kunt lezen in Ezechiël 47:10. Er is een hernieuwde schepping door Jezus de Messias en deze Boom (die Jezus heet) geeft 12 maanden per jaar Zijn vrucht.

Zo voltooide Jezus Zijn werk, zo voltooide Hij de offers, zo voltooide Hij de rechtspraak over de overspelige vrouw (Israël), de ongehoorzame zoon (Israël) en de melaatse *(Israël). Zij waren als dood maar mochten opnieuw tot leven komen door het offer van de Messias.

*Israël zijn Jood en Griek. Beide hebben moeite met gehoorzaamheid, beide gaan liever afgoden achterna en beide waren ziek door zonde.