De opstanding van Jezus

De opstanding van Jezus

God had het volk Israël opgedragen de dagen te tellen vanaf de eerste dag na de Sabbat van de Pesachmaaltijd (Leviticus 23:15-16). Men moet dan 50 dagen tellen tot Pinksteren, ook wel de ‘Omertelling’ genoemd. Op de eerste dag van deze ‘Omertelling’ stond Jezus op. Jezus is de Eerste die lichamelijk tot leven komt. Wij mogen op een dag delen in deze lichamelijke opstanding maar eerst moeten wij daarvoor tot een geestelijke opstanding komen (Pinksteren). De eerste dag van de week is dus onze zondag. Jezus stond lichamelijk op uit het graf om ons te laten zien wat ook onze toekomst mag zijn.

Nu staan er hierover een aantal bijzondere dingen in het Johannes evangelie. Er staat in Johannes 20:7 ‘De zweetdoek die op Zijn hoofd geweest was, zag hij (Petrus) niet bij de doeken liggen maar afzonderlijk opgerold, op een andere plaats’. En in vers 11 ‘En zij zagen twee engelen in witte kleren zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde’.

tekst en tekening: Gertruud Bakker

Het was in Jezus’ tijd gebruikelijk om een linnen doek over het gezicht te plaatsen en deze doek bedekte ook het lichaam. Het was bepaald geen servet. De benen werden apart ingewikkeld. Jezus legt deze linnendoek opzij, opgerold. De hogepriester deed, als hij de dienst van Jom Kipoer (Grote Verzoendag) had volbracht, zijn linnen kleed af, rolde die op en trok daarna zijn hogepriesterlijke kleren aan. Jezus liet bij deze handeling, als bewijs zien, dat Hij als hogepriester niet als dood was achtergebleven in het Heilige der Heiligen. De hogepriester kon daar dood neervallen als Hij gezondigd had. Jezus onze hogepriester was zonder zonde!

Het doek verwijst ook naar de sluier (het Griekse woord voor zweetdoek is hetzelfde woord als voor sluier) die is afgelegd en de bruid is aangenomen als verloofde. Het eerste deel van de bruiloft is in het Hebreeuws de ‘Erushin’, dit is de verloving. De bruid kwam daar gesluierd onder de ‘chuppa’. Zij dronken uit een beker en daarna gingen bruid en bruidegom ieder weer naar zijn eigen familie terug en ging de bruidegom zijn/hun huis te bouwen. De bruid wachtte op de bruidegom totdat hij klaar was voor het tweede deel van de bruiloft. Zo mogen wij ook wachten op onze Bruidegom. Dat heet de ‘kiddushin’ of wel de heiliging. Wij wachten tot het tweede deel van de bruiloft voltrokken gaat worden.

Johannes noemt het doek dat apart is gelegd een zweetdoek en daarmee verwijst hij naar de vloek van Genesis: ‘De vloek van werken in het zweet uwes aanschijn’, die weggenomen is aan het kruis. Paulus heeft ook een zweetdoek in Handelingen 19. Paulus maakte tentkleden staat er in de bijbel, maar dat waren denk ik gebedsdoeken en gebedskleding. Een gebedskleed werd namelijk ook een tent genoemd. In Handelingen 19:11 staat dat de doeken die Paulus om zijn middel droeg op zieken werden gelegd. Joodse mannen droegen een kleine gebedsdoek om hun middel in die tijd. Paulus sjouwde meerdere doeken met zich mee (en ik denk om zijn middel als een soort rugzak voor en achter). Paulus begreep heel goed de implicatie ervan, net als Johannes. Deze doek verkondigd onze genezing. De hogepriester (in een linnen kleed) die onze zonden heeft weggedragen naar het verzoendeksel om ons te genezen.

Ook is de sluier weggenomen en we mogen nu helder zien, opziende naar het verzoendeksel. Dat beeld van de twee engelen aan weerszijde van het graf is een beeld van de engelen aan weerszijden van de ‘verzoendeksel’. Daar waar Jezus op heeft gelegen. Hij is ons verzoendeksel. Hij is onze tent in wie wij mogen schuilen, door wie wij genezing hebben ontvangen en wij zijn als Zijn bruid met Hem verloofd.

De Heer is waarlijk opgestaan !!!! en we zien uit naar Zijn komst.

En dit is ook het einde van deze 40 dagen en het project: ’40 dagen op weg naar Pasen’ met overdenkingen/meditaties/gebed en opdrachten.

Wil je reageren? En/of heb je vragen? Mails gerust naar: 40dagenopwegnaarPasen

Een project van Gertruud Bakker en Ton Kasteleijn.

Gertruud Bakker heeft de teksten geschreven en de tekeningen gemaakt. De online productie en eindredactie door Ton Kasteleijn.
Met dank aan Erik Kruizenga en Jan Bakker voor het redigeren. Zonder hun ondersteuning was het niet gelukt.