Dag 8. Melach en Malach

U bent het zout der aarde maar als het zout zijn smaak verloren heeft waarmee zal het gezouten worden? Mattheus 5:13

Het woord voor zout in het Hebreeuws is melach en het woord voor koning is malach. Beide hebben dus dezelfde medeklinkers en worden ook op dezelfde manier geschreven. In het Hebreeuws zijn ze daarom aan elkaar gelinkt. Zout en koningschap hebben met elkaar te maken. Zout werd in de bijbel aan de offers toegevoegd op verzoek van God, niet alleen doordat dit smaak gaf, maar omdat Hij een zoutverbond had met Israël. (Numeri 18:19).
In 2 Kronieken 13:5 heeft God met David (de koning) een met zout bekrachtigd verbond. Een zoutverbond was een verbond van vriendschap in het Midden-Oosten. Vriendschap betekende in die tijd ook zorgen dragen voor iemand.

In dit verbond wilde de Hemelse Vader hen laten zien dat Hij voor ze zou zorgen. Hij en Israël waren vrienden. Ze hoefden niet bezorgd te zijn over eten of drinken, kleding of bezit. In het daaropvolgende vers (20) zegt God dan ook dat Aäron geen erfelijk bezit heeft en Hij (God) zelf het erfelijk bezit is.

Hij zorgt voor hem en dit geldt ook voor de Levieten. Bij het offeren met zout is God de gast aan tafel. Het vertegenwoordigt een samenzijn met Hem en tegelijkertijd gastvrijheid. Gastvrijheid is niet wegen van hoeveel het gaat kosten maar ruim delen van wat we hebben, want God zit als het ware ook aan tafel. Het gebrek

aan gastvrijheid was de grootste zonde in Sodom. Dat vertrouwen, dat zoutverbond, is waar de vrouw van Lot had het maar moeilijk mee had en het veranderde haar dan ook in een zoutpilaar toen ze verlangend achter om keek. Haar hart lag bij al haar spullen en ze wilde niet vooruitkijken naar wat de Vader haar zou kunnen geven.

Jezus draagt ons op zoutend zout te zijn en vraagt ons om niet aan smaak te verliezen.
Zout kan niet aan kracht verliezen want het is een mineraal! Wat Jezus er mee wilde zeggen, is dat zout een bijsmaak kan krijgen als het met andere dingen in aanraking komt. Het heeft de neiging de geur aan te nemen van een vervuilde omgeving en dan is het niet lekker meer.

Hij, de Koning voorziet ons in alles wat we nodig hebben en wij kunnen geheel op Hem vertrouwen in alle omstandigheden. Het zoutverbond verliest aan kracht als wij op eigen inzicht varen en ons leven zelf wel invullen en te veel opgaan in de wereld. Hij is onze Koning en in zijn handen zijn we veilig. Hij wil dat we een aangenaam licht verspreiden en een heerlijk smaak geven aan het leven van mensen om ons heen.

Opdracht en gebed
– Neem een kommetje met zout en olijfolie. Spreek een gebed uit: ‘Heer onze, God van het heelal, U die ons het zoutverbond heeft gegeven. Wij danken u ervoor dat we onze hoop en verwachting op u mogen stellen.’
– Neem een stukje brood. Doop het in het schaaltje en geef het door: Zegen de ander daarbij dat hij of zij zoutend zout mag zijn, altijd vertrouwend op Jezus onze Koning.