Dag 25. Jezus de melaatse

Lezen: Leviticus 14

In de bijbel zie je dat mensen in het land IsraĆ«l ziek konden worden door melaatsheid. Het was geen gewone ziekte maar een ziekte die je kon krijgen door bijvoorbeeld: kwaadsprekerij, geldziekte, hebberigheid of hoogmoed. Het woord melaats wordt verkeerd gebruikt in onze tijd want in de oorspronkelijke vertaling heet het ‘huidvraat’. In het Hebreeuws ‘tzaarat’.
Deze ziekte werd geassocieerd met de dood (Numeri 12:12) en onreinheid. Je zag eruit als een doodgeboren kind. De onreinheid is in de bijbel verbonden met afgoderij. Daarentegen is reinheid gelinkt aan heiligheid (Leviticus 10:10).
Wanneer je melaats was maakte je geen deel meer uit van de maatschappij. Je was dus als een dood. Je stond buiten het sociale leven en men had ook geen fysiek contact meer met elkaar.

Mozes zijn hand werd melaats (Exodus 4:6-7), Miriam kreeg het door haar commentaar op Aaron en Koning Uzziah (2 Kronieken 26:19), die zich priesterlijke taken toe-eigende kreeg ook deze ziekte. David, zo zeggen de rabbijnen, werd door zijn overspel ook ziek en men denkt ook aan melaatsheid (Psalm 51:9). Naaman (heeft het gekregen met een onbekende reden maar men denkt) door zijn hoogmoed of eigenwijsheid en Gehazi kreeg het door zijn hebberigheid. Deze ziekte was een fysieke uiting van een persoonlijke zonde.
Op het moment dat je dacht je dat je beter was, dan moest je je ook laten zien aan de priester en niet aan een dokter.

De handelingen die de priester moest verrichten, en wat maakte dat je terug

tekst en tekening: Gertruud Bakker

mocht keren in de maatschappij, was een heel ritueel wat wel een scene uit Harrie Potter kon zijn (Leviticus 14):
Gooi Hysop, karmozijn en hout in een vat water en neem twee vogeltjes waarvan er een vrijkomt en de ander moest sterven en doop het vrije vogeltje door een bak met bloed en water en het mocht wegvliegen. Als je goed kijkt komt er veel overeen met de kruisdood van Jezus. Hij moest sterven (het vogeltje dat moest sterven) opdat wij vrij konden zijn (andere vogeltje). Zo is de dood van Jezus (bloed en water) onze vrijheid.
Het karmozijn verwijst naar de zonden (al waren mijn zonden rood als scharlaken Jesaja 1:18) en de hysop is een verwijzing naar reiniging (ontzondig mij met hysop (Psalm 51:9). En het hout verwijst naar het kruis.

Jezus nam onze kwaadsprekerij, onze hebberigheid en hoogmoed op ons en zo werden wij gereinigd door Zijn offer. Hij was de melaatse aan het kruis. Het aanraken van melaatsheid maakte je onrein maar maakte je niet ziek. Jezus werd niet onrein bij het aanraken van een melaatse net zoals de priester in de tempel dat niet werd.
Als een melaatse werd genezen dan kreeg hij zijn leven terug. Zo krijgen wij ons leven terug door Zijn kruisdood. Wat een genade!

Gebed
Heer dank u Wel voor zoveel genade. Dat wij niet meer bang hoeven te zijn voor de huidvraat. Leer ons het goede steeds te doen en te spreken.

Opdracht
Maak zachte handzeep en giet het in een oude jampot en schrijf erop: Ik ben gereinigd door Jezus’
Zo maak je zachte handzeep: blok zeep van 50 gram raspen en verwarmen in 1/5 liter gedestilleerd water, 2 eetlepels glycerine, en paar druppels lavendel of een ander lekker geurtje. Nacht laten staan, volgende morgen mixen. Klaar!