Dag 13. Heden zult u met mij zijn in het paradijs (deel 1)

Lees Lukas 23:43

Een mooie uitspraak van Jezus voor de misdadiger aan het kruis. Op het allerlaatste moment wordt hem zijn schuld kwijtgescholden. Hij vraagt niet om vergeving, hij erkent Jezus als de onschuldige maar meer ook niet. Het was genoeg want Jezus keek in zijn hart. Hij mocht het paradijs binnengaan.

Adam en Eva waren ooit verstoten uit het paradijs en twee engelen moesten toen de ingang bewaken. Deze twee engelen bewaakten ook de verzoendeksel in het Heilige der Heiligen.
Ze hielden dag en nacht de wacht over de Thora die in de Ark lag. Het heiligen der heiligen werd en wordt (nog steeds) in het Jodendom gezien als de tuin van Eden. Alleen de hogepriester mocht in de Tabernakel komen en zijn familie. Echter hij alleen mocht, één keer per jaar, in het Heilige der Heiligen dienen. Hij moest dit Heilige der Heiligen reinigen en de zonde van het volk bedekken boven de verzoendeksel. Het Heilige der Heiligen werd gezien als de plaats waar God woonde en op het moment dat de hogepriester daar binnen stapte werd hij buiten tijd en ruimte gezet en werd hij gelijk een engel beschrijft de Talmud. Zijn witte kleed refereerde daar aan.

Nu is het bijzonder dat de eerste mens die daar met Jezus opnieuw mag binnenkomen een misdadiger is. Het alles verwijst naar Adam die ooit weg moest uit de tuin door zijn misstap en nu mag deze man ondanks zijn misstap binnengaan.

Gebed
Heer dank u wel dat een enkel getuigenis voldoende is om gered te zijn. Uw genade is voor ons maar ook voor zoveel anderen die ermee worstelen. Leer ons zo naar elke mens te kijken en leer ons steeds weer te bidden voor hen.

Opdracht
Hoe denk je dat het paradijs eruitziet. Kun je je daar een voorstelling van maken? Pak een schoenen doos een vul hem met mooie plaatjes die voor jou het paradijs symboliseren.