Dag 10. Afdalen en Oplopen

De Here zal u tot een hoofd maken en niet tot een start en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag. Deuteronomium 28:13

In de bijbel zie je regelmatig het woord afdalen. Het volk daalde af naar Egypte (Deuternomium 10:22, wordt vaak vertaald met trokken maar in het Hebreeuws staat afdalen) en Jona daalde af naar Tarsis. In het boek Jona staat in het Hebreeuws zelfs drie keer het woord afdalen. Eerst daalde hij af naar Joppe, dan naar het schip en vervolgens in het ruim van het schip.
Afdalen is in het Hebreeuws meestal je van God verwijderen en het is dus de verkeerde kant op. De tocht naar Egypte leek de goede kant op maar het was niet zo. Ze verloren het zicht op de God van Israël en werden er zelfs uiteindelijk slaven.
Ook in het verhaal van de barmhartige Samaritaan daalde het slachtoffer af.

Jezus daalde af naar ons om ons aan te moedigen omhoog te lopen. Oplopen is naar Hem toe. Toch is Gods hand nooit te kort om je te redden. Zelfs in het ruim van het schip kwam God Jona te hulp. Ook het volk in hun benauwdheid werd gered God uit Egypte. In de ellende was Hij daar.
God wil dat we naar Hem toelopen door gehoorzaamheid aan Zijn woord en door geen andere goden te dienen maar het houdt ook in dat je niet kan neerkijken op een ander die daar wat meer moeite mee heeft.
Hij is ook bij de gebroken mens die het niet allemaal op een rijtje heeft en wiens leven een stuk moeilijker is. Hij die aan het afdalen is. Wij mogen afdalen om hem te helpen overeind te komen maar moeten er niet te lang blijven hangen.

Het volgende verhaal geeft het mooi weer.

De rabbi van Apta kwam eens in de stad waar twee mannen wedijverden om de gunst hem onderdak te mogen geven. Beiden voerden hun huishouden met vrome zorgvuldigheid en beider huizen waren ruim en wel voorzien. Maar de één was omgeven door kwade geruchten van overspel en ander zondig gedoe; zelf wist hij dat hij zwak was en dacht maar gering over zijn eigen waarde. De ander echter kon door niemand in de gemeente ook maar van iets kwaads worden beticht; hij schreed statig en trots in zijn smetteloosheid door het leven. De rabbi koos het huis van de man over wie de lelijke praat de ronde deed, hij die afgedaald was in zijn leven. Toen hem naar de reden van zijn keus werd gevraagd, antwoordde hij: ‘Over de hoogmoedige zegt God: Ik en hij kunnen niet samen in de wereld vertoeven. En als de Heilige God bij hem geen plaats heeft, hoe moet ik die dan hebben? Daarentegen staat er in de Thora (Leviticus 16:16): Die bij hen woont te midden van hun onreinheden! En als God daar Zijn intrek neemt, waarom ik dan niet?’

Opdracht
Hoe kijk je tegen mensen aan die laveloos langs de kant van de weg liggen?
Met erbarmen of zie je op ze neer?
Geeft jezelf een cijfer in erbarmen: van 1 ……….. tot ………. -> 10
10 is het hoogst haalbare.